lezen Matteüs 14 (vers 16)

Voor het WK 2014, geloofde niemand dat Oranje met al die matige spelers, iets zou kunnen bereiken, behalve Louis van Gaal. In een nu legendarische toespraak van Louis vlak voor het WK, zet hij uiteen hoe hij succes gaat behalen met Oranje: door zich te richten op wat hij wel in de hand heeft: een goede staf en een goed plan.

Het is al laat, de discipelen zijn een beetje sacherijnig en willen nu even rust. Ze stellen voor om al die mensen naar huis te sturen, dan kunnen ze nog net voor sluitingstijd thuis zijn om wat eten te kopen. Maar dan zegt Jezus iets waar niemand in geloofde, ook de ‘staf’ van Jezus niet: Geven jullie hen te eten.

  • Taak: eten geven.
  • Doelgroep: hen
  • Uitvoerders: jullie

Simpel toch..? Nou, nee! Er waren maar 5 broodjes en 2 visjes te verdelen over zo’n 20.000 mensen!

Waar kijk jij naar? Naar wie (doelgroep) of naar wat (taak)? Het ‘wie’ is niet zo heel moeilijk: Jezus zegt: ‘alle volken’. Dus jouw buren, teamgenoten, of collega’s zijn prima. Maar dan het ‘wat’. Kijk je naar wat je menselijkerwijs nooit kunt bereiken of kijk je naar waar je wel mee kunt beginnen? Zie je alleen al die sporters, tieners en gemarginaliseerden die nog niet geloven? Of Kijk je naar wat je wel te bieden hebt?

Jezus zegt: geef wat je hebt aan gaven, bewogenheid, bezittingen, enzovoort maar aan Mij. Onder mijn zegen zal Ik het vermeerderen in de levens van de mensen om je heen. Jouw schouderklopje kan bevrijding geven aan een teamgenoot in nood. Jouw vraag kan dat meisje op de weg naar Jezus plaatsen. Jouw ham kaas croissantje voor de straatkrantverkoper kan uitlopen in een gebed.

Voor wie moet jij eens een croissantje kopen?