Psalm 110

Elk weekend zitten de stadions vol met supporters. Ze hebben een kant gekozen. Ze dragen de kleuren van hun club of speler. De supporters doen hun uiterste best om hun team of club naar de overwinning te schreeuwen. Hoe ze uit het stadion komen hangt af van de uitslag van de wedstrijd. Blij of euforisch bij een overwinning, kwaad of teleurgesteld na een verlies.

Psalm 110 is een van de zogenaamde koningspsalmen. Samen met oa ps 2, 18, 20, 21, 72 en 89. Het gaat dan om de hechte band die er is tussen God en koning. ‘De Heer spreekt tot mijn heer’, de Heer met hoofdletter spreekt tegen de heer met kleine letter. Wat mag opgevat worden als God die tegen een heerser spreekt, een heer wordt je niet zomaar genoemd. Daarnaast is het de Heer die de scepter van macht uitreikt en de Heer die macht geeft over vijanden.

Wie is dan die heer? Om een lang theologisch verhaal kort te maken. We mogen aannemen dat hier over Jezus geprofeteerd wordt.

Op meerdere plaatsen in Nieuwe Testament wordt vers 1 gebruikt om vanuit de bijbel te laten zien dat Jezus naar de hemel is gegaan, dat hij op de troon zit voor eeuwig en de macht heeft, en dat Zijn vijanden ook echt het hoofd hebben moeten buigen, in lijn met de rest van psalm 110.

De psalm spreekt van geweld in de laatste paar verzen. Dit is richting het oordeel van God. Jezus gaat zoals wij hopen en verwachten eens terugkomen. Daarbij zit een oordeel over de wereld. Dit is niet een populair gespreksonderwerp, maar het is wel onderdeel van wat wij christenen geloven en verwachten. Daarbij is het belangrijk om te weten dat het oordeel is aan Jezus, niet aan ons. Een oordeel tussen gelovigen en niet-gelovigen. De vraag is dan of je hoort bij het volk dat dan klaar staat op de dag dat U ten strijde trekt. Ben je een supporter van Jezus en bid je voor zijn overwinning in deze wereld of niet.