Lezen Matteüs 15

Het maakt nogal uit wie je trainer is. Toen ik op mijn veertiende bij een andere club ging spelen, kwam ik voor een verrassing te staan: mijn bovenhandse baltechniek werd afgekeurd, ik verloor mijn positie als spelverdeler en ik moest na vier jaar opnieuw beginnen met het leren van de juiste techniek.

In Matteüs 15 heeft Jezus geen goed woord over voor de geestelijke trainers van zijn tijd: “het zijn blinde geleiders van blinden.” Door te overgeestelijken, werd hun onderwijs krachteloos. Geld om je ouders mee te helpen, kon ook gebruikt worden voor de kerk. Klinkt gaaf, maar het was niet de juist. God wil dat je ervoor je ouders bent als ze hulp nodig hebben.

Na een tijdje kunnen manieren en gewoonten een eigen leven gaan leiden en de bedoeling erachter gaan missen. Eigenwijsheid en belangrijkheid blokkeert als niets anders de kracht van eenvoud in God instructies.

“Wanneer een blinde een blinde geleidt, zullen zij beiden in een kuil vallen.”

Mijn eerste trainer had geen slechte intenties met mij, hij wist niet beter. Maar ik zat wel met de gebakken peren. Jezus zegt: “Wanneer een blinde een blinde geleidt, zullen zij beiden in een kuil vallen.” Ik ben vandaag de dag wat kieskeurig als het gaat om het kiezen van wie ik wat aanneem. Er zijn nogal veel mensen.