Deel II in de serie blogs 'Geloven in sport'. In deze blog de vraag: "wie geef jij alle eer?"

God als je publiek

 

Toen ik begon met trainen voor een triatlon merkte ik dat ik mezelf wilde vergelijken met anderen. Meestal gebeurde dat wanneer ik na mijn training Strava bekeek (een applicatie op je smartphone die onder andere je snelheid bijhoud). Ik bekeek de prestaties van vrienden die zwemmen, hardlopen en fietsen. En weet je wat er gebeurde? Ik ging mezelf meten met hun prestaties. Wat liep Klaas Jan gemiddeld? Hoe hard reed Henry? In hoeveel minuten heeft Gerwin gezwommen? En in plaats van dat als losstaande prestaties te beoordelen die passen bij hún conditie, karakter en training, ging ik het vergelijken met mijn prestatie.

Hoe ziet jouw bord eruit?

Mijn kinderen gebruiken zo’n vakjes bord tijdens het eten. Je kan dan ideaal in het ene vakje je vlees leggen, in het andere vakje aardappelen en in je laatste vakje groente. Stel nu dat jouw leven zo’n bord is en je deelt de dingen, die voor jou belangrijk zijn, op in verschillende vakjes. Hoe zou jouw bord eruit komen te zien? Op mijn bord staat dan: triatlon, vrienden, gezin, God, spelletjes. Waarbij triatlon een groot vakje is en vriendschappen voor mijn gevoel een te klein vakje. En heeft God ook een plekje op je bord?

Veel mensen geven God een plekje op hun bord, maar vinden eigenlijk dat God een groter vakje moet hebben. Zo kan je vinden dat je meer moet bijbellezen, minder vloeken, meer bidden, meer naar de kerk moet gaan. De manier waarop je naar jouw bord kijkt, je leven dus, bepaalt de mate waarop je vind dat je meer met God bezig moet zijn. Ik geloof niet dat God een plekje op jouw bord wil hebben. Het is vreemd dat wij God een plekje proberen te geven in ons drukke leven, terwijl God ons gemaakt heeft. God wil geen plekje op je bord, hij ís je bord.

 

“God wil geen plekje op je bord,
Hij ís je bord”

 

Sport als een afgod

Ik sprak eens met een topsporter die zei: “Ik ben egoïstisch voor mijn sport. Sport vraagt veel van me, in mijn trainingen ga ik diep. Ik ga vroeg op bed en moet hierdoor soms ‘nee’ zeggen tegen mijn vrienden”. Iemand anders zei: “Mijn zusje is zo gefocust vlak voor de wedstrijd dat ze niet eens een gesprekje met ons wil hebben”. Ik vind het te gemakkelijk om te zeggen: dan heb je sport tot afgod gemaakt. We moeten leren begrijpen dat deze mensen sport als hoogste prioriteit hebben gemaakt. De wijze waarop ze gedisciplineerd bezig zijn moet velen van ons tot voorbeeld zijn. Tim Keller definieert een afgod als volgt: “Alles wat belangrijker voor je is dan God, alles wat je hart en verbeelding meer in beslag neemt dan God, alles wat je zoekt om ervan te ontvangen wat alleen God kan geven”. Elke sporter, maar ook elke werkende, student of moeder moet zichzelf afvragen: is God het centrum of datgene wat op mijn bord ligt?

God heeft niks van je nodig

In Psalm 139 staat dat de Almachtige God jou gemaakt heeft en alles van je weet. Hij weet het wanneer je zit en wanneer je staat. Hij kent jouw hartslag, verzuring en tactisch inzicht. Hij is jouw ultieme Supporter en ziet alles wat je doet. Alles. Dus je meest vette sportprestaties, maar ook je sombere gedachten of de eenzame momenten in je training.  Je hoeft bij God niet je best te doen om zijn goedkeuring te krijgen. In onze sport werkt dit wel zo. Jouw prestaties bepalen voor de ander of je applaus of kudo’s verdient. Voor veel christenen werkt dit onbewust ook zo bij God. Je doet keihard je best, probeert het beste van jezelf te laten zien in de hoop dat God je de goedkeuring geeft waar je zo naar verlangt. Maar God houd onvoorwaardelijk van jou.

“Jouw prestaties bepalen voor de ander of je applaus of kudo’s verdient.”

Geef God alle eer

Elke dag en elke wedstrijd heb je de mogelijkheid om God alle eer te geven. Hem te aanbidden in je sporten, je training, na afloop in de kantine met dankbaarheid voor zijn liefde. Met je houding, inzet en interacties met je medespelers op het veld (Ps. 110:4, Colossenzen 3:23, Lukas 10:27). Je hoeft je niet te laten leiden door angst. Angst wat je coach zal zeggen, wat je teamgenoten denken, de scouts zullen zeggen, of je familie van je verwacht (1 Joh. 4:18). Wat er ook gebeurt in je sport, je bent volledig geaccepteerd en geliefd door Hem (Psalm 103.17, 1 Jo. 4:19).
Na het horen van dit principe zei een tiener: “Vanaf nu sport ik met het idee dat God op de tribune toekijkt en me toejuicht in mijn sport.”

Blog
Geloof in je sport
×
25/04
Outreach Barcelona – Voetbal

3 Sportweken & Outreaches
10/07
Dansoutreach Barcelona

0 Sportweken & Outreaches
10/07
Outreach Israel – multisports

0 Sportweken & Outreaches
10/07
Outreach Libanon 2019

5 Sportweken & Outreaches
10/07
Outreach Moldavie – multisports

0 Sportweken & Outreaches
10/07
Outreach Oeganda multisports

4 Sportweken & Outreaches
10/07
sportweek Enschede – Acaciaplantsoen

0 Sportweken & Outreaches
10/07
Sportweek Groningen – Korrewegwijk

1 Sportweken & Outreaches
10/07
Sportweek Hasselt – Prinsenstraat

4 Sportweken & Outreaches
10/07
Sportweek Hoorn

0 Sportweken & Outreaches
10/07
Sportweek Tholen

6 Sportweken & Outreaches
10/07
Sportweek Zwolle – Dieze

9 Sportweken & Outreaches
22/07
Sportkampen 2019 Tieners

Sportkampen