Lezen 2 Samuël 15

Heel lang geleden in de eerste wielerkoersen, reden de renners allemaal naast elkaar. Dit veranderde toen men ontdekte dat je gebruik kunt maken van de slipstream van de renner voor je, waardoor je als het ware wordt meegezogen. Zo ontstond het huidige systeem van de ploegen, met kopmannen (of -vrouwen) en knechten. De ploeggenoten helpen hun kopman om wind op te vangen, voor ze uit te rijden of ontsnapte renners van andere ploegen terug te halen. De kopman moet hierin echt kunnen vertrouwen op zijn of haar ploeggenoten. Doel is om de kopman als eerste over de finish te laten komen, of als eerste te laten eindigen in een grote koers.

Ook als koning is het belangrijk om vertrouwen, respect en toewijding van je onderdanen te genieten. De top is eenzaam en voor David lag een vijandelijke overname van de troon op de loer. Waarom Absalom de macht wil grijpen is niet helemaal duidelijk. Maar zijn poging om dit te doen, laat de vervloeking uitkomen dat het zwaard voor eeuwig niet van het huis van David zal wijken. De aanpak is geniepig. Absalom wint het volk voor zich door kwaad te spreken over de koning en zich te gedragen als iemand die naast het volk staat, in plaats van boven hen.
Ondertussen krijgt Absalom toestemming van zijn vader om naar Hebron te gaan. Wat David niet weet is dat Absalom zich daar tot koning laat uitroepen. Als David wordt vertelt dat het hart van iedereen in Israël achter Absalom staat, vlucht hij met zijn familie.

Ik denk dat de meesten van ons deze fysieke strijd in het leven van David niet herkennen. Toch voel je je misschien wel eens onder druk gezet of op een gemene manier bedreigd. Dat kan ook in je sport gebeuren, door tegenstanders of door iets dat in je team speelt. Hoe reageer jij meestal? Vlucht je? Ga je in de aanval?

David bleef strijden om de troon maar hij wilde zijn zoon Absalom, die zijn vijand geworden was, niet verliezen. Hij keurde zijn daden af, maar hij hield nog steeds van Absalom. Onze strijd is niet gericht tegen mensen (Ef.6), ook al voelt dat soms echt wel zo, als iemand je dwars zit of bewust onderuit wil halen. Jezus vraagt hierin van ons dat wij onze vijanden liefhebben. Bid voor die ene tegenstander of die teamgenoot die jou het leven moeilijk maakt, zodat bitterheid of haat niet gaat heersen in je hart, maar de liefde steeds overwint.